Tag archief: MBO

‘We hebben geen tijd om te wachten op onderwijsvernieuwing die 10-15 jaar vraagt. Dat is een hele generatie die met een suboptimale opleiding haar carrière start’

Na zes jaar neemt Iris Goedhart afscheid als programmaleider bij Kenniswerkplaats Noord-Holland Noord. In die periode heeft zij met allerlei projecten getracht de afstand tussen onderwijs en arbeidsmarkt te verkleinen. ‘Ik heb echt veel ruimte gekregen om de dingen te doen waarvan ik dacht dat ze nodig waren. Alleen: hoe kom je nou tot structuurveranderingen? Ik heb er echt wel een beetje pijn van dat ik tegen die structuren ben opgelopen.’

Als je terugkijkt op de afgelopen zes jaar, waar ben je dan trots op?

Iris Goedhart (Foto: Luuz van der Stouwe)

‘Ik wilde deze regio goed op de kaart zetten. We hebben veel zogeheten hidden champions aan bedrijven. Kennismaken doe je niet met een brochure of anoniem bedrijfsfilmpje, dat doe je door samen te werken aan uitdagingen die ertoe doen binnen het bedrijf en de regio. De eerste drie jaar is er veel verschil gemaakt: we hebben ongeveer 2500 studenten bij verschillende projecten betrokken, zowel van MBO, HBO als universiteiten. Nederlandse studenten en internationale studenten. Het was keihard werken om iets op te bouwen, maar de opbrengsten waren geweldig!’

En de laatste drie jaar?

‘De verandering binnen het onderwijs gaat langzaam, gemiddeld 10 tot 15 jaar. Daar heb ik niet altijd even veel geduld voor. We hebben het dan over een generatie jongeren die in hun opleiding niet ten volle van een contextrijke leerervaring gebruik hebben kunnen maken. Zij ervaren op de arbeidsmarkt een gapend gat tussen hun opleiding en wat de buitenwereld van ze vraagt. Die desillusie is niet nodig en het voorkomen ervan vraagt een kleine investering.

Ik vind dat we te gemakkelijk onze schouders ophalen en genoegen nemen met ‘het is niet anders’.

Aan de bedrijven ligt het niet, die staan wonderwel nog steeds klaar om samen het onderwijs van de toekomst vorm te geven. Niet alleen voor hun eigen gewin, maar gewoon omdat ze weten dat beter onderwijs belangrijk is voor de sector en de regio.

En natuurlijk zijn er binnen het onderwijs idealisten die hetzelfde ongeduld hebben als dat ik heb, daar zijn de beste samenwerkingen uit ontstaan. Het Onderwijsloket in Wageningen is een mooi voorbeeld voor velen. Zij hebben de Kenniswerkplaats NHN gebruikt om nut en noodzaak van samenwerking met de regio Noord-Holland Noord op strategisch niveau in de organisatie in te bedden.’

Welke rol pakten de overheden?

‘De overheden hebben in het begin heel goed hun rol gepakt en de ruimte gecreëerd om deze beweging in de regio mogelijk te maken. Na drie jaar kwam het ‘eigen broek ophouden’ principe boven tafel. Als ondernemer weet ik als geen ander dat je in een gat springt met een dienst of product waardoor een latente behoefte omslaat naar een manifeste behoefte. Dat is ruimte waar bedrijven bereid zijn om in te investeren, omdat ze zelf niet de kennis en kunde hebben en de urgentie groot genoeg is.

De denkfout zit in het ‘vermarkten’ of ‘KPI-en’ van dit soort social impact initiatieven.

Terwijl alle partners een maatschappelijke verantwoordelijkheid dragen: namelijk zorgen voor beter onderwijs en betere werkgelegenheid in de regio! Dat iedereen daaraan bijdraagt is evident, maar concepten als de Kenniswerkplaats worden geen Young Capital of Studelta en dat is voor beiden maar goed ook.’

Wat zou het ideale doel van een project moeten zijn?

‘Er is niet een doel dat je kan nastreven met dit soort projecten. Op het pad naar het gezamenlijke doel zijn er zoveel tussendoelen en resultaten die je kan behalen voor bedrijven, studenten, docenten en de regio.
Laat ik een mooi voorbeeld noemen van een doel dat we niet van te voren hadden vastgesteld, maar wél inspirerend werkt. Het betreft een bedrijf dat na een paar projecten te hebben meegedraaid geen stage-, functie- of taakomschrijvingen meer als vervolg afbakende. In plaats daarvan stelde het bedrijf aan studenten en afgestudeerden de volgende vragen:

‘Wat denk jij hier te kunnen toevoegen? Hoe kan jij met jouw kennis en je visie op de wereld óns verder helpen?’ Dát vind ik een geweldige uitkomst van zo’n project.

Het zou zo moeten zijn dat in een project van een half jaar met 30 studenten, een bedrijf uit die groep iemand selecteert op grond van zijn of haar aanleg en kwaliteiten en dan niet zegt ‘Dit is je taak’, maar vraagt ‘Hoe kan jij mij helpen?’
Dat vind ik het ultieme voorbeeld van innovatie en vooruitstrevend HR-beleid. Hoe kunnen die studenten hun rol pakken? Op die manier wordt die student ook als volwaardig nieuwkomer gezien. En is het niet weer een doorsnee stageplek waarin je je tijd uitzit en een verslag schrijft dat ergens onderin een lade verdwijnt.’

Wat neem je mee uit je ervaringen van de Kenniswerkplaats NHN?

‘Het recht dat je hebt om te leren en het terugbrengen van de liefde voor leren. Mijn oma vroeg, iedere keer dat zij mij zag, naar mijn studie. Ik was 24 jaar en bezig met mijn derde studie. Ik vond dat een gênante vraag. Zij niet. Ze antwoordde steevast: ‘Leren mag je, werken moet je’. Zij heeft mij de liefde voor leren met de paplepel ingegeven.

Ik geloof niet dat jongeren op een MBO niet van leren houden en daarom snel het bedrijf in moeten om vooral met hun handen te werken. Net zomin dat ik geloof dat jongeren met een wetenschappelijke opleiding niet van waarde kunnen zijn voor het MKB, omdat ze ‘alleen maar aan het onderzoeken zijn’.

Ik zie heel goed dat ons onderwijssysteem de liefde voor leren bij een groot aantal jongeren wegneemt. Toch blijft leren een voorrecht en ons onderwijssysteem een van de besten ter wereld. De projecten van de Kenniswerkplaats NHN hebben bewezen dat het verschil tussen MBO, HBO en WO heel klein wordt op het moment dat je op inhoud samenwerkt. En dat leren dan ineens heel leuk wordt, omdat je wordt uitgedaagd om het beste van jezelf te geven. Dat geeft zo’n voldoening!’

Er moet hier iemand de leiding nemen, die zegt: we gaan in deze regio deze kant op! Iemand die het tempo erop houdt.

Die is er niet…Ik ben de regio ontzettend dankbaar, want ik heb echt veel ruimte gekregen om de dingen te doen waarvan ik dacht dat ze nodig waren. Ik heb veel mogen experimenteren. Alleen waar kom je nou tot structuurveranderingen? Ik heb er echt wel een beetje pijn van dat ik tegen die structuren ben opgelopen. Ik kon alles onderbouwen wat er nodig was en dan kreeg ik op de dag voordat de knoop moest worden doorgehakt, te horen ‘Ja, maar dat is lastig hoor, Het heeft tijd nodig.’

Hoe moet het volgens jou nu verder?

‘De verandering die met de Kenniswerkplaats NHN is ingezet, moet meer gedragen worden. Het is immers van de regio! Er is nog zoveel winst te halen uit echte samenwerking, buiten organisatiegrenzen, niet ‘ieder voor zich’. En we moeten los van het ‘not-invented-here syndrome’, we zitten er samen in!

Last but not least moeten we af van de last die de wet van de grote getallen ons oplegt. Kleine en kwalitatief hoogwaardige projecten bieden zoveel inzicht in grootschalige veranderpotentie van de regio, maar je moet het wél willen zien en ervan willen leren.
Want als je op de kleinst mogelijke schaal niet kunt veranderen, hebben grote structuurveranderingen ook geen effect. We weten al jaren dat top-down niet werkt. En toch waarderen we eerder de grote getallen dan de kleine successen die een voorbeeld zijn van echte verbetering.

We hebben een collectieve growth mindset nodig, van bestuurder tot student.

De Kenniswerkplaats moet veel meer zichtbaar worden met de prachtige projecten die er worden gedaan, met de mensen die achter die projecten zitten. Dat is slechts gedeeltelijk gelukt. En volgens mij zijn er veel te veel overlegcircuits, die vernieuwing alleen maar in de weg zitten.’

Heb je nog een advies voor je opvolg(st)er?

‘Mijn opvolg(st)er kan ik alleen maar aanraden om er een eigen draai aan te geven. Het concept staat, maar de accenten die je er aan kan toevoegen maakt dat het voor degene die het stokje overneemt ook een betekenisvol project wordt. Want linksom of rechtsom, werken aan de Kenniswerkplaats is een missie om de regio op de kaart te zetten en beweging te creëren in een lastig systeem.

De term dedicated professional viel in mijn eerste kennismaking met deze opdracht, en dat is wat je moet zijn.

En genieten van de kleine opbrengsten, zoals een bedrijf dat zich keer op keer meldt om projecten met studenten te doen. Studenten die je nog even een mailtje sturen om te bedanken voor de ervaring die ze hebben opgedaan. Docenten die je graag zien komen omdat je altijd mooie projecten meebrengt.

Zoek het podium en communiceer je successen, voor de Kenniswerkplaats en haar samenwerkingspartners en de regio Noord-Holland Noord. De regio waar je kansen kunt pakken en gezien wordt.’

Wat ga je nu doen?

‘Ik ga mij bezinnen op een volgende uitdagende opdracht en mijn aandacht richten op mijn eigen start-up (Goedhart is mede-oprichter van Het Nieuwe Warenhuis, een co-workingspace voor creatieve, duurzame en IT start-ups). En, wat het onderwijs en de toekomst betreft, we zijn bezig met het creëren van een eigen school en onderwijsconcept. Daarmee willen wij de volgende generatie op weg helpen in een wereld vol sociaal maatschappelijke en ecologische uitdagingen.’

‘Dit gebouw kan straks vol zitten met studenten’

Hoe kan Het Nieuwe Warenhuis (HNW) in Alkmaar meer mensen betrekken bij zijn co-working space? Dat was de probleemstelling die studenten van het Horizon College in Heerhugowaard mochten onderzoeken in het kader van hun opleiding voor Manager Retail in de detailhandel. ‘Dit gebouw kan straks op basis van de resultaten van dit onderzoek vol zitten met studenten.’   

V.l.n.r. Rick Agter (HNW), Bas Roozekrans, Lars Louwen, Jennifer Zwanenburg, Leon Dijkstra, Dennis Kuiper en Erna van Ophem. Achter: David Schultz (HNW).

V.l.n.r. Rick Agter (HNW), Bas Roozekrans, Lars Louwen, Jennifer Zwanenburg,
Leon Dijkstra, Dennis Kuiper en Erna van Ophem. Achter: David Schultz (HNW).

‘Wij waren op zoek naar probleemstellingen die onze studenten kunnen omzetten in goede oplossingen om daarmee hun ondernemend gedrag te kunnen ontwikkelen. Zo hebben ze vaardigheden verder ontwikkeld als samenwerken, communiceren, initiatief nemen, kansen herkennen, oplossingen bedenken, reflecteren…..alles wat je nodig hebt om je eigen bedrijf of loopbaan te ontwikkelen’.
Dat zegt Erna van Ophem, docent aan het ROC te Heerhugowaard. Van Ophem begeleidde de eerstejaarsstudenten (niveau 4) bij het uitvoeren van hun onderzoek in het kader van het keuzedeel ‘Ondernemend gedrag’.

‘Vrijheid om zelf te bepalen hoe je probleemstelling aanpakt’
De studenten waren heel enthousiast over het project.
Bas Roozekrans: ‘Op school krijg je een fictief project en hier was het echt. Het werken met een reëel bestaande probleemstelling, maakte het leuk. Het hier naartoe gaan en dat je ook daadwerkelijk iets kunt oplossen, was heel bijzonder. En dat je te maken hebt met mensen in een echt bedrijf en niet alleen op school.’

Jennifer Zwanenburg: ‘Zo leuk dat je zoveel inbreng hebt, en zoveel samenspraak. Je kunt er echt je eigen project van maken, waarvan je zelf het einde bepaalt. Heel veel overleggen.’

Lars Louwen: ‘Leuk dat je zoveel ruimte kreeg en dat je zelf mocht indelen hoe je het ging aanpakken. Dus we kregen wel een probleemstelling, maar je mocht zelf bedenken hoe je het ging aanpakken. Alles wat wij inbrachten, daar werd ook goed op gereageerd. Hele goede samenwerking.’

Probleemstelling
Bas Roozekrans: ‘In overleg met HNW kozen wij studenten als doelgroep. Of studenten sowieso wel zouden willen werken in een co-working space. Dat hebben wij dus ook onderzocht: door enquêtes uit te delen onder studenten van MBO1, MBO2 en MBO3. Op basis van de resultaten hebben wij een conclusie getrokken.’

Conclusie
Bij eerstejaars is de animo gering: die werken liever nog thuis en zijn ook niet bereid om er veel geld voor uit te geven. Bij studenten in het laatste jaar en aan het HBO maakt HNW meer kans. Die zijn zich dan aan het voorbereiden op hun professionele toekomst. Voor die groep is het veel interessanter.

Evaluatie
Van Ophem: ‘In totaal hebben veertig studenten aan het project deelgenomen. Het is een leuk experiment geweest, waaraan wij zonder vooropgezet plan aan zijn begonnen. Er waren ook studenten bij die de vrijheid helemaal niet prettig vonden, zij hadden behoefte aan een stappenplan en concrete opdrachten.’

De studenten hadden graag meer tijd gehad, maar Van Ophem is van mening dat tien weken een goede tijdsspanne is. ‘Het project was nu erg gekoppeld aan het vak ‘Ondernemend gedrag’. Het experiment komt zeker in aanmerking voor herhaling, maar dan met tweedejaars- of derdejaars studenten. De periode is afhankelijk van de doelstelling. Nu was de doelstelling: iets beginnen. Hoe ondernemend ben ik eigenlijk? Welke initiatieven heb ik nou genomen? Met dit project hebben de studenten ontdekt welke ondernemende eigenschappen zij in huis hebben en welke zij verder willen ontwikkelen. Op basis van het resultaat kan dit gebouw straks vol met studenten zitten.’

Reactie HNW
De co-founders van het Nieuwe Warenhuis zijn erg blij met de resultaten van het onderzoek door de ROC studenten. Bovendien waren ze positief verrast door de inzet van deze specifieke groep. ‘Waar hun klasgenoten na de eerste bijeenkomst het veelal af lieten weten, was deze groep vanaf het begin af aan toegewijd en betrokken bezig met de opdracht,’ zegt co-founder Rick Agter.

De resultaten van het project geven Het Nieuwe Warenhuis daarnaast ook nieuwe inzichten in studenten als potentiële doelgroep. Uit de enquête bleek onder meer dat studenten wel bereid zijn te betalen voor een goede studie-plek, maar hier wel bepaalde faciliteiten voor terug willen. Zoals een playstation. ‘Omdat Het Nieuwe Warenhuis geen doorsnee kantoor is, kunnen we dat soort voorkeuren eenvoudig invoeren, mits het niet afdoet aan de kernwerkzaamheden,’ aldus Agter.

Het Nieuwe Warenhuis werkt vaker als opdrachtgever mee aan projecten en vakken vanuit diverse onderwijsinstellingen en bekijkt de mogelijkheden om onder meer samen met het Horizon College een structurele samenwerking aan te gaan.