Archief

‘We hebben geen tijd om te wachten op onderwijsvernieuwing die 10-15 jaar vraagt. Dat is een hele generatie die met een suboptimale opleiding haar carrière start’

Na zes jaar neemt Iris Goedhart afscheid als programmaleider bij Kenniswerkplaats Noord-Holland Noord. In die periode heeft zij met allerlei projecten getracht de afstand tussen onderwijs en arbeidsmarkt te verkleinen. ‘Ik heb echt veel ruimte gekregen om de dingen te doen waarvan ik dacht dat ze nodig waren. Alleen: hoe kom je nou tot structuurveranderingen? Ik heb er echt wel een beetje pijn van dat ik tegen die structuren ben opgelopen.’

Als je terugkijkt op de afgelopen zes jaar, waar ben je dan trots op?

Iris Goedhart (Foto: Luuz van der Stouwe)

‘Ik wilde deze regio goed op de kaart zetten. We hebben veel zogeheten hidden champions aan bedrijven. Kennismaken doe je niet met een brochure of anoniem bedrijfsfilmpje, dat doe je door samen te werken aan uitdagingen die ertoe doen binnen het bedrijf en de regio. De eerste drie jaar is er veel verschil gemaakt: we hebben ongeveer 2500 studenten bij verschillende projecten betrokken, zowel van MBO, HBO als universiteiten. Nederlandse studenten en internationale studenten. Het was keihard werken om iets op te bouwen, maar de opbrengsten waren geweldig!’

En de laatste drie jaar?

‘De verandering binnen het onderwijs gaat langzaam, gemiddeld 10 tot 15 jaar. Daar heb ik niet altijd even veel geduld voor. We hebben het dan over een generatie jongeren die in hun opleiding niet ten volle van een contextrijke leerervaring gebruik hebben kunnen maken. Zij ervaren op de arbeidsmarkt een gapend gat tussen hun opleiding en wat de buitenwereld van ze vraagt. Die desillusie is niet nodig en het voorkomen ervan vraagt een kleine investering.

Ik vind dat we te gemakkelijk onze schouders ophalen en genoegen nemen met ‘het is niet anders’.

Aan de bedrijven ligt het niet, die staan wonderwel nog steeds klaar om samen het onderwijs van de toekomst vorm te geven. Niet alleen voor hun eigen gewin, maar gewoon omdat ze weten dat beter onderwijs belangrijk is voor de sector en de regio.

En natuurlijk zijn er binnen het onderwijs idealisten die hetzelfde ongeduld hebben als dat ik heb, daar zijn de beste samenwerkingen uit ontstaan. Het Onderwijsloket in Wageningen is een mooi voorbeeld voor velen. Zij hebben de Kenniswerkplaats NHN gebruikt om nut en noodzaak van samenwerking met de regio Noord-Holland Noord op strategisch niveau in de organisatie in te bedden.’

Welke rol pakten de overheden?

‘De overheden hebben in het begin heel goed hun rol gepakt en de ruimte gecreëerd om deze beweging in de regio mogelijk te maken. Na drie jaar kwam het ‘eigen broek ophouden’ principe boven tafel. Als ondernemer weet ik als geen ander dat je in een gat springt met een dienst of product waardoor een latente behoefte omslaat naar een manifeste behoefte. Dat is ruimte waar bedrijven bereid zijn om in te investeren, omdat ze zelf niet de kennis en kunde hebben en de urgentie groot genoeg is.

De denkfout zit in het ‘vermarkten’ of ‘KPI-en’ van dit soort social impact initiatieven.

Terwijl alle partners een maatschappelijke verantwoordelijkheid dragen: namelijk zorgen voor beter onderwijs en betere werkgelegenheid in de regio! Dat iedereen daaraan bijdraagt is evident, maar concepten als de Kenniswerkplaats worden geen Young Capital of Studelta en dat is voor beiden maar goed ook.’

Wat zou het ideale doel van een project moeten zijn?

‘Er is niet een doel dat je kan nastreven met dit soort projecten. Op het pad naar het gezamenlijke doel zijn er zoveel tussendoelen en resultaten die je kan behalen voor bedrijven, studenten, docenten en de regio.
Laat ik een mooi voorbeeld noemen van een doel dat we niet van te voren hadden vastgesteld, maar wél inspirerend werkt. Het betreft een bedrijf dat na een paar projecten te hebben meegedraaid geen stage-, functie- of taakomschrijvingen meer als vervolg afbakende. In plaats daarvan stelde het bedrijf aan studenten en afgestudeerden de volgende vragen:

‘Wat denk jij hier te kunnen toevoegen? Hoe kan jij met jouw kennis en je visie op de wereld óns verder helpen?’ Dát vind ik een geweldige uitkomst van zo’n project.

Het zou zo moeten zijn dat in een project van een half jaar met 30 studenten, een bedrijf uit die groep iemand selecteert op grond van zijn of haar aanleg en kwaliteiten en dan niet zegt ‘Dit is je taak’, maar vraagt ‘Hoe kan jij mij helpen?’
Dat vind ik het ultieme voorbeeld van innovatie en vooruitstrevend HR-beleid. Hoe kunnen die studenten hun rol pakken? Op die manier wordt die student ook als volwaardig nieuwkomer gezien. En is het niet weer een doorsnee stageplek waarin je je tijd uitzit en een verslag schrijft dat ergens onderin een lade verdwijnt.’

Wat neem je mee uit je ervaringen van de Kenniswerkplaats NHN?

‘Het recht dat je hebt om te leren en het terugbrengen van de liefde voor leren. Mijn oma vroeg, iedere keer dat zij mij zag, naar mijn studie. Ik was 24 jaar en bezig met mijn derde studie. Ik vond dat een gênante vraag. Zij niet. Ze antwoordde steevast: ‘Leren mag je, werken moet je’. Zij heeft mij de liefde voor leren met de paplepel ingegeven.

Ik geloof niet dat jongeren op een MBO niet van leren houden en daarom snel het bedrijf in moeten om vooral met hun handen te werken. Net zomin dat ik geloof dat jongeren met een wetenschappelijke opleiding niet van waarde kunnen zijn voor het MKB, omdat ze ‘alleen maar aan het onderzoeken zijn’.

Ik zie heel goed dat ons onderwijssysteem de liefde voor leren bij een groot aantal jongeren wegneemt. Toch blijft leren een voorrecht en ons onderwijssysteem een van de besten ter wereld. De projecten van de Kenniswerkplaats NHN hebben bewezen dat het verschil tussen MBO, HBO en WO heel klein wordt op het moment dat je op inhoud samenwerkt. En dat leren dan ineens heel leuk wordt, omdat je wordt uitgedaagd om het beste van jezelf te geven. Dat geeft zo’n voldoening!’

Er moet hier iemand de leiding nemen, die zegt: we gaan in deze regio deze kant op! Iemand die het tempo erop houdt.

Die is er niet…Ik ben de regio ontzettend dankbaar, want ik heb echt veel ruimte gekregen om de dingen te doen waarvan ik dacht dat ze nodig waren. Ik heb veel mogen experimenteren. Alleen waar kom je nou tot structuurveranderingen? Ik heb er echt wel een beetje pijn van dat ik tegen die structuren ben opgelopen. Ik kon alles onderbouwen wat er nodig was en dan kreeg ik op de dag voordat de knoop moest worden doorgehakt, te horen ‘Ja, maar dat is lastig hoor, Het heeft tijd nodig.’

Hoe moet het volgens jou nu verder?

‘De verandering die met de Kenniswerkplaats NHN is ingezet, moet meer gedragen worden. Het is immers van de regio! Er is nog zoveel winst te halen uit echte samenwerking, buiten organisatiegrenzen, niet ‘ieder voor zich’. En we moeten los van het ‘not-invented-here syndrome’, we zitten er samen in!

Last but not least moeten we af van de last die de wet van de grote getallen ons oplegt. Kleine en kwalitatief hoogwaardige projecten bieden zoveel inzicht in grootschalige veranderpotentie van de regio, maar je moet het wél willen zien en ervan willen leren.
Want als je op de kleinst mogelijke schaal niet kunt veranderen, hebben grote structuurveranderingen ook geen effect. We weten al jaren dat top-down niet werkt. En toch waarderen we eerder de grote getallen dan de kleine successen die een voorbeeld zijn van echte verbetering.

We hebben een collectieve growth mindset nodig, van bestuurder tot student.

De Kenniswerkplaats moet veel meer zichtbaar worden met de prachtige projecten die er worden gedaan, met de mensen die achter die projecten zitten. Dat is slechts gedeeltelijk gelukt. En volgens mij zijn er veel te veel overlegcircuits, die vernieuwing alleen maar in de weg zitten.’

Heb je nog een advies voor je opvolg(st)er?

‘Mijn opvolg(st)er kan ik alleen maar aanraden om er een eigen draai aan te geven. Het concept staat, maar de accenten die je er aan kan toevoegen maakt dat het voor degene die het stokje overneemt ook een betekenisvol project wordt. Want linksom of rechtsom, werken aan de Kenniswerkplaats is een missie om de regio op de kaart te zetten en beweging te creëren in een lastig systeem.

De term dedicated professional viel in mijn eerste kennismaking met deze opdracht, en dat is wat je moet zijn.

En genieten van de kleine opbrengsten, zoals een bedrijf dat zich keer op keer meldt om projecten met studenten te doen. Studenten die je nog even een mailtje sturen om te bedanken voor de ervaring die ze hebben opgedaan. Docenten die je graag zien komen omdat je altijd mooie projecten meebrengt.

Zoek het podium en communiceer je successen, voor de Kenniswerkplaats en haar samenwerkingspartners en de regio Noord-Holland Noord. De regio waar je kansen kunt pakken en gezien wordt.’

Wat ga je nu doen?

‘Ik ga mij bezinnen op een volgende uitdagende opdracht en mijn aandacht richten op mijn eigen start-up (Goedhart is mede-oprichter van Het Nieuwe Warenhuis, een co-workingspace voor creatieve, duurzame en IT start-ups). En, wat het onderwijs en de toekomst betreft, we zijn bezig met het creëren van een eigen school en onderwijsconcept. Daarmee willen wij de volgende generatie op weg helpen in een wereld vol sociaal maatschappelijke en ecologische uitdagingen.’

Samenwerking InHolland en Ravo Fayat biedt studenten interessante projecten

Hogeschool InHolland Alkmaar en Ravo Fayat hebben een intentieverklaring ondertekend waarin zij afspreken voor een periode van twee jaar intensief samen te gaan werken. Details van de samenwerking zullen in de komende maanden worden uitgewerkt. André Gerver, docent Technische Bedrijfskunde en BIM bij InHolland, ziet volop mogelijkheden voor studenten om aan interessante projecten op het gebied van IoT, AI of data analytics te gaan deelnemen.

De eerste verkennende besprekingen tussen InHolland en Ravo Fayat vonden in januari plaats op initiatief van TerraTechnica onder voorzitterschap van Iris Goedhart. De samenwerking past binnen de doelstelling van de derde actielijn van TerraTechnica: onderwijs en onderzoek verder ontwikkelen en de kennispositie van het bedrijfsleven in Noord-Holland Noord verbeteren.

Namens InHolland was André Gerver bij de besprekingen betrokken. Gerver is bij InHolland  de stuwende kracht achter het nieuwe lectoraat Big Data. Gerver: ‘Vanuit het lectoraat wordt een onderzoeksagenda opgebouwd en daar kan deze samenwerking onderdeel van gaan uitmaken. Ravo Fayat wil het bedrijf toekomstbestendig maken en wil graag onderzoeken hoe ze technologieën (als Internet of Things, data analytics, artificial intelligence en machine learning) in kunnen zetten om hun klanten beter van dienst te zijn en tegelijkertijd de kwaliteit continueren.’

Rol studenten
‘Het is de intentie om met multidisciplinaire teams te werken, zodat studenten van verschillende soorten opleidingen samen kunnen werken aan een project. Omdat wij bij InHolland nu met een andere structuur werken, hebben wij meer mogelijkheden om projecten onder te brengen. Nu zijn er bij Technische Bedrijfskunde (TBK) bijvoorbeeld al het hele jaar door projecten mogelijk vanaf het eerste studiejaar.’

Gerver zou zich kunnen voorstellen dat bijvoorbeeld een TBK-student samen gaat werken met een student Mathematical Engineering. ‘Of een combinatie van een TBK-student met een Technische Informatica-student (die werkt met embedded software en sensor data).’
Áls mogelijk voorbeeld noemt Gerver een procesoptimalisatie project. ‘Dat laat je door een TBK-student uitvoeren, een TI-student gaat dat vervolgens ontwikkelen, al dan niet samen met een BIM-student (Business IT & Management). Maar eerst moeten we de projecten nog formuleren en zien wat er binnen die projecten moet gebeuren.’

‘Het kan daarnaast ook interessant zijn voor studenten elektrotechniek, werktuigbouwkunde of robotica, omdat veel bedrijven willen weten hoe zij hun productieprocessen en de keten verder kunnen automatiseren en/of robotiseren (binnen het kader van Smart Industry). Bij robotica heb je al te maken met een combinatie van allerlei disciplines: ICT, mechanica en elektronica.’

Instroom studenten Alkmaar
Aan belangstelling voor techniekvakken heeft InHolland Alkmaar niet te klagen. De instroom bij techniekvakken is weliswaar niet zo groot als voor Business Studies, maar is dit jaar wel toegenomen. Grootste groeiers zijn de opleidingen TBK (+ 54%) en Elektrotechniek (+ 86%).

Start projecten in nieuwe studiejaar
Fayat Environmental Solutions heeft de ambitie om wereldwijd te zorgen voor schone en leefbare steden. De veegwagens van Ravo moeten daar een bijdrage aan gaan leveren. Een mooie uitdaging voor InHolland-studenten om – met ingang van het nieuwe studiejaar – mee te helpen die ambitie waar te maken.

 

Pabostudenten ontwikkelen lesmateriaal onderbouw basisschool

Een knalgroene caravan ingericht als afvallaboratorium reist langs basisscholen. Kinderen ontdekken zo spelenderwijs zelf wat afval is en hoe zij het kunnen recyclen. Voor pabostudenten een prachtige uitdaging om zelf een lesprogramma te ontwikkelen.

Oprichter van Klas op Groen is Marije van der Stelt (39). Zij was twaalf jaar lang in het onderwijs actief. Door omstandigheden was zij genoodzaakt met dat werk te stoppen en startte ruim een jaar geleden met Klas op Groen. Samen met bedrijven en scholen ontwikkelt Van der Stelt projecten om duurzaamheid te bevorderen.

Van der Stelt: ‘Er is weinig materiaal dat aansluit op bestaande leerlijnen en wat leerkrachten zelf doen. En in dat gat wilde ik springen met Klas op Groen. Wat er op dit gebied wordt gedaan, komt vaak voort uit passie voor de natuur en veel minder uit kennis van het onderwijs en van de ontwikkeling van kinderen.’
Met de apparatuur die Van der Stelt in het rijdende afvallab heeft staan, kunnen kinderen verschillende proeven doen, zoals microplastic filteren, bioplastic maken of plastic smelten.

Samenwerking Pabo
Tijdens een bezoek aan de landelijke dag ‘Duurzame Pabo’ kwam zij op het idee voor een samenwerking met de Pabo in Alkmaar. ‘Ik sprak tijdens die dag met veel studenten en die vertelden dat er weinig aandacht aan duurzaamheid werd besteed in de opleiding. Ik dacht ‘Hoe is het mogelijk dat zorg voor jezelf en je omgeving zo weinig aandacht krijgt? Dat hoort eigenlijk een belangrijke plek in de opleiding te hebben! Zo ontstond het idee om contact te leggen met de Pabo en het onderwijzend personeel.’

Visie op duurzaamheid
Van der Stelt: ‘In de bovenbouw van het primair onderwijs wordt er vooral op projectmatige basis aandacht besteed aan duurzaamheid. Naar mijn mening is er meer lesaanbod nodig over dat thema. Ik mis ook een opbouwende lijn: wat moeten kleuters weten over duurzaamheid én wat moeten ze weten als ze de basisschool verlaten?’

‘En omdat er voor de kleuters en de onderbouw zo weinig ontwikkeld was, dacht ik: hoe tof zou het zijn om daarmee te beginnen? Dat is écht de basis! Dus ik heb de Pabo gevraagd of ik een leerlijn mag ontwikkelen, te beginnen bij de kleuters, gekoppeld aan de inzet van mijn afvallaboratorium.’

Pabostudenten
Binnen het kader van ‘ontdekkend leren’ ontwikkelden vier pabostudenten de afgelopen maanden lesmateriaal voor de groepen 1 t/m 4. Van der Stelt: ‘Het zijn vier vierdejaarsstudenten, die in eerste instantie niet echt iets hadden met het thema duurzaamheid. Maar ze wilden er wél meer over weten! Dus ze moesten even ‘wennen’ aan de verschillende proeven. Ik moest ze wel inwerken, maar het was leuk om te zien met hoeveel enthousiasme ze leerden.’

‘Mijn insteek richting de studenten is: laat kinderen zelf ontdekken, laat ze zelf onderzoeken, op een avontuurlijke manier ermee in aanraking komen. Omdat ik ervan overtuigd ben dat kinderen het meeste leren als zij er zelf verbinding mee voelen.’
Die uitdaging hebben de pabostudenten met veel creativiteit opgepakt. Van afvalmateriaal hebben ze twee poppen gemaakt, Elmert en Fien, die straks van school tot school reizen met een missie.

Pabostudenten met de door hen van afval gemaakte poppen, Fien en Elmert.

Van der Stelt legt uit: ‘Fien raakt Elmert kwijt en bij elke school vraagt zij aan de kinderen te helpen zoeken naar hem. En omdat Elmert van afval naar afval reist, worden kinderen zich bewust van hoeveel soorten afval er zijn. Elmert is uitgerust met een camera en af en toe ontvangt een leerkracht van hem een korte video waarin zichtbaar wordt waar Elmert zich bevindt. Door die poppen krijgen kinderen een indruk van het afvalproces.’

‘De studenten kwamen zelf met het plan om op de Dag van de Pabo andere pabostudenten ook kennis te laten maken met mijn project. Leraren zijn ook enthousiast en willen dit project volgend jaar doorzetten en bezien of het een vast onderdeel van het lesprogramma kan gaan vormen. Het zou mooi zijn als dat resulteert in een vaste samenwerking.’

Pabostudenten in Alkmaar maken kennis met de smeltmachine van Klas op Groen.

‘Leuk dat Pabo zoiets aanbiedt’
Michelle van Vuure, een van de vier studenten die aan het project deelnamen, is vol lof: ‘Het is heel vernieuwend. Ik vind het leuk dat school zoiets aanbiedt.’ Bepalend voor haar keuze om aan het project deel te nemen, was de uitleg die Marije van der Stelt er op de Pabo over gaf. Van Vuure: ‘Zo’n project kom je anders niet zo gauw tegen. En ik had zelf ook wel een vaag idee over iets met duurzaamheid doen, maar het project van Marije maakt het concreet.’

Van Vuure is daarom ook zo blij met het project, omdat zij nu stage loopt op een school in De Rijp waar het thema ‘duurzame school’ ook centraal staat. Zij gaat het thema ook verwerken in haar afstudeerscriptie en zal de komende weken nog een paar keer met Van der Stelt langs andere scholen meereizen.

Klas op Groen is een zelfstandig bedrijf dat nauwelijks subsidie ontvangt. Marije van der Stelt is bereikbaar op 06-24 999 87 of info@klasopgroen.nl

‘Dit gebouw kan straks vol zitten met studenten’

Hoe kan Het Nieuwe Warenhuis (HNW) in Alkmaar meer mensen betrekken bij zijn co-working space? Dat was de probleemstelling die studenten van het Horizon College in Heerhugowaard mochten onderzoeken in het kader van hun opleiding voor Manager Retail in de detailhandel. ‘Dit gebouw kan straks op basis van de resultaten van dit onderzoek vol zitten met studenten.’   

V.l.n.r. Rick Agter (HNW), Bas Roozekrans, Lars Louwen, Jennifer Zwanenburg, Leon Dijkstra, Dennis Kuiper en Erna van Ophem. Achter: David Schultz (HNW).

V.l.n.r. Rick Agter (HNW), Bas Roozekrans, Lars Louwen, Jennifer Zwanenburg,
Leon Dijkstra, Dennis Kuiper en Erna van Ophem. Achter: David Schultz (HNW).

‘Wij waren op zoek naar probleemstellingen die onze studenten kunnen omzetten in goede oplossingen om daarmee hun ondernemend gedrag te kunnen ontwikkelen. Zo hebben ze vaardigheden verder ontwikkeld als samenwerken, communiceren, initiatief nemen, kansen herkennen, oplossingen bedenken, reflecteren…..alles wat je nodig hebt om je eigen bedrijf of loopbaan te ontwikkelen’.
Dat zegt Erna van Ophem, docent aan het ROC te Heerhugowaard. Van Ophem begeleidde de eerstejaarsstudenten (niveau 4) bij het uitvoeren van hun onderzoek in het kader van het keuzedeel ‘Ondernemend gedrag’.

‘Vrijheid om zelf te bepalen hoe je probleemstelling aanpakt’
De studenten waren heel enthousiast over het project.
Bas Roozekrans: ‘Op school krijg je een fictief project en hier was het echt. Het werken met een reëel bestaande probleemstelling, maakte het leuk. Het hier naartoe gaan en dat je ook daadwerkelijk iets kunt oplossen, was heel bijzonder. En dat je te maken hebt met mensen in een echt bedrijf en niet alleen op school.’

Jennifer Zwanenburg: ‘Zo leuk dat je zoveel inbreng hebt, en zoveel samenspraak. Je kunt er echt je eigen project van maken, waarvan je zelf het einde bepaalt. Heel veel overleggen.’

Lars Louwen: ‘Leuk dat je zoveel ruimte kreeg en dat je zelf mocht indelen hoe je het ging aanpakken. Dus we kregen wel een probleemstelling, maar je mocht zelf bedenken hoe je het ging aanpakken. Alles wat wij inbrachten, daar werd ook goed op gereageerd. Hele goede samenwerking.’

Probleemstelling
Bas Roozekrans: ‘In overleg met HNW kozen wij studenten als doelgroep. Of studenten sowieso wel zouden willen werken in een co-working space. Dat hebben wij dus ook onderzocht: door enquêtes uit te delen onder studenten van MBO1, MBO2 en MBO3. Op basis van de resultaten hebben wij een conclusie getrokken.’

Conclusie
Bij eerstejaars is de animo gering: die werken liever nog thuis en zijn ook niet bereid om er veel geld voor uit te geven. Bij studenten in het laatste jaar en aan het HBO maakt HNW meer kans. Die zijn zich dan aan het voorbereiden op hun professionele toekomst. Voor die groep is het veel interessanter.

Evaluatie
Van Ophem: ‘In totaal hebben veertig studenten aan het project deelgenomen. Het is een leuk experiment geweest, waaraan wij zonder vooropgezet plan aan zijn begonnen. Er waren ook studenten bij die de vrijheid helemaal niet prettig vonden, zij hadden behoefte aan een stappenplan en concrete opdrachten.’

De studenten hadden graag meer tijd gehad, maar Van Ophem is van mening dat tien weken een goede tijdsspanne is. ‘Het project was nu erg gekoppeld aan het vak ‘Ondernemend gedrag’. Het experiment komt zeker in aanmerking voor herhaling, maar dan met tweedejaars- of derdejaars studenten. De periode is afhankelijk van de doelstelling. Nu was de doelstelling: iets beginnen. Hoe ondernemend ben ik eigenlijk? Welke initiatieven heb ik nou genomen? Met dit project hebben de studenten ontdekt welke ondernemende eigenschappen zij in huis hebben en welke zij verder willen ontwikkelen. Op basis van het resultaat kan dit gebouw straks vol met studenten zitten.’

Reactie HNW
De co-founders van het Nieuwe Warenhuis zijn erg blij met de resultaten van het onderzoek door de ROC studenten. Bovendien waren ze positief verrast door de inzet van deze specifieke groep. ‘Waar hun klasgenoten na de eerste bijeenkomst het veelal af lieten weten, was deze groep vanaf het begin af aan toegewijd en betrokken bezig met de opdracht,’ zegt co-founder Rick Agter.

De resultaten van het project geven Het Nieuwe Warenhuis daarnaast ook nieuwe inzichten in studenten als potentiële doelgroep. Uit de enquête bleek onder meer dat studenten wel bereid zijn te betalen voor een goede studie-plek, maar hier wel bepaalde faciliteiten voor terug willen. Zoals een playstation. ‘Omdat Het Nieuwe Warenhuis geen doorsnee kantoor is, kunnen we dat soort voorkeuren eenvoudig invoeren, mits het niet afdoet aan de kernwerkzaamheden,’ aldus Agter.

Het Nieuwe Warenhuis werkt vaker als opdrachtgever mee aan projecten en vakken vanuit diverse onderwijsinstellingen en bekijkt de mogelijkheden om onder meer samen met het Horizon College een structurele samenwerking aan te gaan.

 

Project herbruikbare drinkbekers op festivals Alkmaar

‘Begin een pilot met herbruikbare plastic bekers op een plein in Alkmaar’. Dat is de belangrijkste aanbeveling van een werkgroep van tweedejaars studenten aan de Wageningen Universiteit (WU) om het probleem van zwerfafval in de Alkmaarse grachten aan te pakken. De aanbeveling is het resultaat van een onderzoek dat de WU-studenten hebben verricht naar het verbeteren van de duurzaamheid van drinkbekers op festivals in Alkmaar.

Opdrachtgever voor het onderzoek was Nanda van den Ham, eigenaar van El Kombi Sup. Van den Ham over de reden voor de opdracht: ‘Vorig jaar ben ik begonnen met mijn bedrijf El Kombi Sup, waarbij ik er bewust voor heb gekozen om het plezier en sportief suppen te combineren met het duurzame element om zwerfafval uit de grachten te halen. Dat laatste doe (en deed) ik zelf al tijdens vrijwel alle sup sessies. De ene keer haal je er meer uit als de andere keer, maar je komt altijd veel (teveel) afval tegen in het water. Gedurende het jaar organiseer ik grotere sup-it-up acties om bewustwording te creëren.
Tijdens de sup-it-up actie vorig jaar op 9 oktober (volgend op de 8 oktober-festiviteiten) haalden we er zoveel plastic bekers uit dat ik riep ‘Ik ga proberen Alkmaar op de kaart te zetten als eerste stad die single use plastic bierbekertjes verbiedt!’. Dat gaat niet zomaar natuurlijk en ik wilde er ook meer over weten om het gesprek met de Gemeente Alkmaar en de Horeca goed aan te gaan.’

Alternatieven wegwerpbeker
De WU-studenten onderzochten vijf alternatieven voor de huidige plastic wegwerpbekers: drie soorten wegwerpbekers en twee soorten herbruikbare bekers.
Zij kwamen tot de conclusie dat wanneer de bekers vaak genoeg worden hergebruikt, herbruikbare bekers milieuvriendelijker zijn dan wegwerpbekers.

Volgens de studenten is de milieu-impact van de herbruikbare PP-beker (polypropyleen) lager dan bij de herbruikbare PC-beker (polycarbonaat).

Aanbevelingen
De werkgroep van studenten geeft in haar eindrapport een hele reeks aanbevelingen, waarvan de belangrijkste hieronder volgen:

  • verbetering scheiding van afval op festivals, zodat recycling kan worden toegepast
  • verzameling herbruikbare bekers via statiegeldsysteem (wordt op verschillende plaatsen in het land tijdens festivals al toegepast)
  • een pilot op een plein tijdens een festival in Alkmaar met herbruikbare bekers, de gemeente Alkmaar is bereid daar financiële ondersteuning voor te bieden

Ervaringen studenten
De WU-studenten waren zeer te spreken over de opdracht, omdat het hen de mogelijkheid bood hun kennis in de praktijk te brengen. Ook het contact met de klant ervoeren ze als prettig.
Het contact met de stakeholders vonden zij leerzaam. Zo denken cafés dat het te veel arbeidstijd kost om de recyclebare bekers te spoelen.
Slechts 2% restafval is toegestaan, zo leerden de studenten van het contact met de afvalverwerkingsbedrijven.
De gemeente Alkmaar voelt er niet voor om het gebruik van recyclebare bekers verplicht te stellen, maar is wel bereid de horeca financieel te ondersteunen bij de aanschaf van dergelijke bekers.

Methodologie
De methodologie voor hun onderzoek bestond uit de volgende onderdelen:

  • het in kaart brengen van de levenscyclus van de drinkbeker
  • de milieubelasting van vijf alternatieven
  • een stakeholder analysis (café’s, brouwerijen, gemeente, afvalverwerkers en festivalorganisatie)

Levenscyclus_recycle_drinkbeker

Van den Ham: ‘Duurzaam festival opzetten’
Opdrachtgever Nanda van den Ham is blij met het rapport: ‘De studenten hebben heel bewust en grondig alle aspecten onderzocht. Van de grondstoffen en het productieproces tot de alternatieven en de voors en tegens van invoering van herbruikbare bekers.’

Van den Ham gaat de uitkomsten van het rapport gebruiken in haar gesprekken met de betrokken partijen. ‘Het contact met de Gemeente is er nog steeds en er spelen diverse ideeën om de horeca en evenementen-organisatoren te benaderen. Om het goede voorbeeld te geven én omdat het gewoon superleuk is om te doen, ben ik samen met anderen bezig een duurzaam festival op te zetten met als rode draad ‘zero waste’. Het gaat namelijk niet alleen om de bierbekers maar ook om ander verpakkingsmateriaal en afval dat geproduceerd, gebruikt of achtergelaten wordt. En hoe we dat kunnen reduceren, recyclen en hergebruiken. Bij alles – dus niet alleen festivals, maar alle evenementen en ook in het dagelijks leven – geldt dat we zoveel mogelijk moeten blijven genieten, maar dat we het duurzamer moeten en kunnen doen. There is no planet B!’

Hoe verminder je vaste afvalstroom in co-working space?

Hoe kan je de afvalstroom van een co-working space duurzamer maken? Die opdracht kregen vijf studenten van de Wageningen Universiteit & Research (WUR) van Het Nieuwe Warenhuis te Alkmaar. In hun rapport doen zij een aantal aanbevelingen.

Het Nieuwe Warenhuis (HNW) noemt zichzelf ‘de co-working standaard van nu’ en biedt onderdak aan een vijftigtal kleine bedrijven, zelfstandige ondernemers en zzp’ers . De opdracht aan de studenten van Wageningen Universiteit & Research (WUR) was om voor de co-working ruimte van HNW duurzame oplossingen te vinden voor het verminderen van de hoeveelheid vaste afvalstoffen.

De WUR-studenten hadden voor dit project ruim twee maanden de tijd. Om die reden beperkten zij hun onderzoek tot de vraag welke manieren er zijn om de hoeveelheid vast afval van HNW te verminderen. Onderdeel van hun onderzoek vormde dan ook de vraag hoe zowel plastic afval als gft- en papierafval teruggebracht konden worden.

‘Science for impact’

Supervisor van het onderzoek was Dr. Ir. Karen Fortuin, docent Milieusysteemanalyse op het departement Omgevingswetenschappen van de WUR. Fortuin legt uit dat het werken aan de oplossing van een maatschappelijk vraagstuk kenmerkend is voor de milieu-opleiding. ‘Science for impact is de slogan van de WUR. Het gaat er om kennis en vaardigheden bij te brengen, zodat zij in staat zijn om milieuvraagstukken te onderzoeken en daar advies over uit te brengen. Studenten zijn enorm gemotiveerd door zo’n opdracht en daardoor leren zij ook heel veel.

De studenten krijgen tijdens hun onderzoeksopdracht op verschillende manieren ondersteuning, bijvoorbeeld in de vorm van colleges. Persoonlijk heb ik ze met name begeleid bij het opstellen van de vragenlijst. Daarnaast hebben ze bij de analyse van de data ondersteuning gehad van diverse docenten.

De studenten hebben hard gewerkt, ze hebben veel aandacht besteed aan de methodologie en veel geleerd, dus in het algemeen ben ik positief. Wel vind ik dat het rapport wat beknopter en helderder opgeschreven had kunnen worden.’

Methodologie
Voor hun onderzoek maakten de studenten gebruik van een enquête onder de bedrijven in HNW, hielden interviews, deden literatuuronderzoek en brachten zelf een tweetal bezoeken aan het co-working space. Daarna analyseerden zij de data met speciale statistische software.

 

Onderzoeksvragen Conclusies
1. Wat zijn financieel haalbare opties voor HNW om de vaste afvalstoffenstroom te verminderen? ●     Om de hoeveelheid plastic te verminderen moeten de ondernemers overstappen naar recyclebare voedselverpakkingen.
2. In welke mate is de community bereid en in staat om hun afvalstoffen stroom te verminderen? ●     Meer gezamenlijke lunches om het verpakkingsafval te verminderen.
3. Welke manieren zijn er om plastic afval in vergelijkbare ruimtes als HNW te verminderen? ●     De afvalzakken vervangen door biologisch afbreekbare zakken dan wel gerecyclede afvalzakken.
4. Welke manieren zijn er om GFT-afval in vergelijkbare ruimtes als HNW te verminderen? ●     Bewuste planning hoe het gebruik van plastic teruggebracht kan worden.
5. Welke manieren zijn er om papierafval in vergelijkbare ruimtes als HNW te verminderen? ●     Voor het gft-afval kan HNW de bestaande compostering voortzetten, maar zal het wel meer kennis moeten opdoen over optimale compostering.
●     Voor het papierafval worden maatregelen aanbevolen om het bewustzijn te vergroten.
●     Tot slot: samen met andere bedrijven en de gemeente een verzamelsysteem opzetten voor de gezamenlijke afvalstroom van bedrijven.

 

Studenten: project is link tussen theorie en praktijk
De studenten vonden het project vooral leerzaam omdat ze de link konden leggen tussen theorie en praktijk. Ze leerden om via bepaalde methodes te werken en observaties toe te passen – ervaringen die ze goed kunnen meenemen voor een thesis of tentamen.

Opdrachtgever: praktische handvatten en inzicht
‘Wij willen de ruimte die wij gebruiken in ons bedrijfsverzamelgebouw duurzaam inrichten,  het liefst energie-neutraal’, zegt David Schultz, een van de co-founders van Het Nieuwe Warenhuis. ‘Omdat het een tijdelijke werkruimte is, moesten wij de onderzoeksopdracht beperken tot het verminderen van de afvalstroom, zodat het ook toepasbaar is in een nieuwe locatie.’

Over het rapport is Schultz dik tevreden: ‘Naast praktische handvatten hebben wij meer inzicht gekregen in wat de community van ondernemers in onze co-working space wil.’
Met de uitkomsten van de door de studenten gehouden enquête onder de community gaat HNW de programmering aanpassen: ‘Wij willen overgaan tot gezamenlijke inkoop voor de lunch. Verder gaan wij een milieustraat inrichten voor afvalscheiding. En wij gaan de compostering professionaliseren.’